Het zouden weleens de oudste koekjes uit ons land kunnen zijn: de krakeling (‘crakelinc’). Er gaan talloze verhalen achter dit knapperige banket schuil. Reden genoeg om me eens aan een recept van dit oer-Hollandse koekje te wagen.
Eigenlijk kwam ik op het idee om de koekjes te proberen nadat een vriend mij een foto stuurde van een prachtig schilderij in het Mauritshuis: Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen (1615).
Het doek is zo goed geschilderd dat je de kaas zo van het schilderij zou willen plukken om te eten. Maar nog bijzonderder: het doek is geschilderd door een… vrouw. Haar naam: Clara Peeters. Bijzonder, want hoeveel vrouwelijke schilders kennen we nou uit de Gouden Eeuw? Veel weten we helaas niet van haar. Wel dat ze vaak stillevens met eten en kostbaar servies schilderde. Zoals hier. (Grappig detail: het schijnt dat ze een spiegelbeeld van zichzelf heeft geschilderd in de deksel van de bruine kruik, alleen, ik kan het niet ontdekken.)
Sowieso zijn er rond die tijd flink wat krakelingen geschilderd, zowel zoete als zoute. Die van Clara zien er nogal stijf en statisch uit. Maar ach, kniesoor die daar op let. Nee, dan de krakelingen van de Leidse kunstenaar Gabriel Metzu (ernstig onderschat!). Die waren wel weer lekker rond. Overigens ontdekte ik in mijn zoektocht naar de vroegere krakeling dat de Haarlemse Job Adriaenszoon Berckheyde zo’n twintig jaar later een bijna identiek schilderij fabriceerde, met dezelfde naam. Een bakker die op zijn hoort blaast. Of zou het puur toeval zijn geweest?
Foto links: Gabriel Metzu, De bakker
Foto rechts: Job Adriaenszoon Berckheyde, De bakker
En let trouwens eens op het ingenieuze hangsysteem. Ook bij Jan Steen vind je hem terug (zie onder). En bij nog een schilderij van Job Adriaenszoon Berckheyde. Dat is blijkbaar hoe de bakkers in de 17e eeuw hun krakelingen aan het publiek presenteerden.
Foto links: Jan Steen, Arend Oostwaert en zijn echtgenote Catherina Keyzerswaert
Foto rechts: Job Adriaenszoon Berckheyde, Bakkerswinkel met kantkloster
En dan de krakelingen van Jan van Bijlert… Zijn doek van rond diezelfde tijd (1660-1670) heet Het trekken aan de krakeling, wat verwijst naar een bekend spel dat men speelde rond de vastentijd. Twee mensen staken elk een vinger door een gat en trokken eraan. Als het koekje brak, mocht je je eigen stukje opeten. De diepere gedachte erachter? Men denkt wel dat de broosheid van het koekje verwijst naar de kwetsbaarheid van het bestaan. Overigens is de aller-allereerste afbeelding van een krakeling te zien op een afbeelding uit de 12e eeuw: de Hortus deliciarum, een Duits manuscript, geschreven als handleiding voor kloosterlingen.
De opsommingen nog niet beu? Sorry, maar hier toch nog even een laatste opmerkelijke traditie die echt niet ongenoemd kan blijven: het krakelingenfeest in Geraardsbergen. Want wat hebben die gekke Vlamingen daar bedacht: het krakelingenwerpen. In een lange stoet lopen de verklede dorpsbewoners vanaf de kerk naar de top van een heuvel, vergezeld van brood, wijn, vis en vuur. Daar drinken geestelijken en bestuur eerst samen wijn uit een vierhonderd jaar oude zilveren beker met daarin een kleine levende (!) vis. Om vervolgens zo’n 10.000 krakelingen naar de menigte te gooien. Een van de krakelingen bevat een briefje dat recht geeft op de gouden krakeling.
Dat het hier om een heel oude traditie gaat, blijkt wel uit een oud stadsrekening van 1393, waarin de onkosten voor het feest werd vermeld. Want ook in de stadsrekening werd dit vuurfeest toen al – in 1393, mind you! – een eeuwenoud gebruik genoemd. Misschien wel stammend van de oude Kelten. Het feest prijkt inmiddels ook de op de lijst met cultureel erfgoed van Unesco. Ook meemaken? Elk jaar wordt het op het einde van de winter gevierd: tot 1960 de eerste zondag van de vasten, nu de op één na laatste zondag vóór de eerste maandag van maart. In 2016 is dat op 28 februari.
De krakelingen die ik heb gemaakt, stammen van flink wat later: van 1745. Een eerder recept heb ik niet kunnen vinden, maar als iemand er wel een weet: laat me weten! Het komt uit De Volmaakte Hollandse Keuken-Meid, een van de meest succesvolle receptenboeken ooit (meer dan een eeuw lang herdrukt). Het recept is eenvoudig en lijkt erg op de krakelingkoekjes die we nu kennen en die je bij de bakker kunt kopen. Wij thuis vonden ze erg lekker. Ook al is een eerste poging mislukt.
Voor wel gelukte krakelingen:
Wat je nodig hebt:
- 250 gram bloem
- 250 gram suiker (liefst witte basterdsuiker, is mijn ervaring)
- 60 gram roomboter
- 1 lepel korianderpoeder
- 2 eierdooiers
- 1 lepel rozenwater (gebruik evt. gewoon water)
- 1 lepel room
Zo maak je het:
Kneed alles tot een soepel deeg. Wees niet zuinig met de koriander, dat geeft een extra lekkere smaak. Rol het deeg uit tot potlooddun en vorm er krakelingen van. Ik bakte hem op 200 graden in ongeveer 10 minuten.
De eerste keer lukte bij mij niet, de krakelingen liepen uit en de vorm ging volledig verloren. Het beste is om het deeg van tevoren nog even in de koelkast te leggen, dan blijft de vorm tijdens het bakken wat steviger. Ook werkt bakpapier beter dan een beboterde bakvorm. En – erg belangrijk – niet te lang bakken. Want ze worden snel te hard.
Oorspronkelijke recept:
Neemt van de beste gesifte bloem een half pond, en doet daar een half pond suiker by, met een half vierendeel boter en een lepel vol gestoote Coriander zaat, met twee dooiren en vEijeren; een lepel vol Roosewater, en ruim een lepel vol room, kneed dit te samen tot een taay deeg, en rold het tot krakelingen, en bakt het dan op geboterd papier in den oven, en als ze genoeg zyn, dan bestrykt ze met een geklopt ei en roosewater, en laat het in den Oven droogen en dan koud worden, is heel goed.
Bronnen:
historianet.nl
germanworldonline.com
geraardsbergen.be









Op de een of andere manier vond ik de krakeling altijd een beetje een saai, truttig Hollands koekje. Maar nu ik lees wat er allemaal mee gedaan werd moet ik de krakeling gaan herbezien.
De twee gelijkende schilderijen vind ik ook bijzonder, dat kan geen toeval zijn, ben benieuwd wat daar het verhaal achter is.
Ja, grappig he. Wist ik ook niet. Inderdaad benieuwd naar het verhaal achter die schilderijen. Het betreft ook een Haarlemse schilder, dus misschien weet het Frans Hals-museum het antwoord. Ik ga ze eens mailen…
Ik las ergens, vraag me niet waar, dat een zoute krakeling met de rouw geresenteerd wordt en de zoete krakeling als er een kind geboren is.
Weet iemand of dit ook waar is?
In Friesland werden zoete krakelingen na een begrafenis gegeten ij de koffie. De krakeling, waar geen begin en einde aan zit, is het zinnebeeld van het eeuwige leven
Interessant verhaal. Hoe smaakt deze krakeling eigenlijk en zou er niet wat gist in het recept kunnen om ze minder hard te laten worden?
ze zijn lekker. Maar misschien dat gist inderdaad zo gek nog niet is. Of zelfrijzend bakmeel. Mocht je het zelf een keer proberen, laat me weten, oké?
Wat een super leuk recept. Wil ik een keer uit gaan proberen. Vraag me alleen af welke room er wordt bedoeld…..
Hi Jennie, ik heb zelf gewone slagroom gebruikt, maar dan niet geklopt. Niet te lang bakken want ze worden vrij snel te hard. Succes!
De eerste keer krakelingen maken was bij u mislukt. Hoe zorg ik ervoor dat het mij wel lukt en waarom ging het bij u fout?
Het is al een tijdje geleden, maar ik dacht dat de boter in het deeg te zacht was geworden. Vandaar eerst nog even in de koelkast laten ‘verharden’.
Erg leuk om te horen! Dank je.
Op het tweede schilderij is nog een interessant baksel te zien namelijk een duivekater
Hier is wat extra informatie: https://www.bakkerdocter.nl/duivekater/
Heel lekker!
Ik vond het beste werken om de sliertjes te rollen en daarna even te koelen, dan gaat dat heel snel. Terwijl de ene bakplaat met krakelingen in de oven was kon ik zo de volgende al voorbereiden.